De staat van het onderwijs
Op 15 april is het rapport ‘De staat van het onderwijs’ gepresenteerd. In het rapport komt naar voren dat de kwaliteit van het onderwijs onder druk staat. Er worden grote verschillen gezien tussen sectoren en regio’s.
Het rapport geeft geen rooskleurig beeld. In het VO wordt gesignaleerd dat kwaliteitszorg vaak als een zwak punt wordt beoordeeld. In het onderzoek wordt aangegeven dat er een positief verband is tussen de oordelen over de kwaliteitszorg en de oordelen over het onderwijsproces. De schoolleider wordt als de drijvende kracht gezien achter het verbeteren van onderwijskwaliteit. De inspectie ziet het als een zorgelijk punt dat een derde van de schoolleiders onvoldoende toekomt aan onderwijskundig leiderschap. Het pedagogisch-didactisch klimaat wordt relatief vaak met onvoldoende beoordeeld. Doorslaggevend hierin is dat leraren de lessen onvoldoende afstemmen op verschillen tussen leerlingen en/of dat er geen stimulerend leerklimaat is. Verder wordt aangegeven dat de resultaten voor taal en rekenen in de onderbouw nog steeds een daling laten zien ten opzichte van de periode voor corona. Op het gebied van taal wordt een omvangrijke daling gesignaleerd op de gebieden leesvaardigheid en woordenschat. Bij rekenen is het niveau lager dan voor corona. De daling bij Nederlands is minder sterk en ook niet even sterk in alle leerjaren en schoolsoorten. Ook blijkt dat het aantal voortijdig schoolverlaters toeneemt. Dit kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van de betreffende leerlingen.
Positieve punten die uit het rapport naar voren kwamen waren het schoolbrede smartphoneverbod. Op scholen wordt gezien dat de concentratie en het sociale klimaat verbeterd is. Uit het rapport blijkt ook dat het veiligheidsbeleid op de scholen doorgaans goed op orde is.
De inspectie geeft drie aanbevelingen (overgenomen uit sectorbeeld – De staat van het Voorgezet onderwijs 2026):
Besturen en scholen: versterk de kwaliteitszorg. Niet alleen ten behoeve van gerichte verbeteractiviteiten, maar ook ter preventie: voorkom onvoldoende of zeer zwak onderwijs.
Bewaak en verbeter stelselmatig (cyclisch en planmatig) het onderwijs.
Leraren en lerarenteams: zorg dat álle leerlingen profiteren van de lessen. Maak met het team afspraken over differentiatie. Gaat de leraar voortdurend na of alle leerlingen de lesstof begrijpen? Krijgen ze hulp of extra uitdaging? Blijven alle leerlingen betrokken?
Leraren: leesvaardigheid is de sleutel tot onderwijssucces. Werk hier aan door bijvoorbeeld de dag te openen met een half uur (voor)lezen. Leg voor vmbo-b/k-leerlingen naast expliciete aandacht voor taalonderwijs ook accent op rekenen-wiskunde.
Het beeld dat de onderwijsinspectie geeft is niet opbeurend. Tegelijkertijd zien we dat op onze scholen docenten, begeleiders, (zorg)coördinatoren, en alle betrokkenen hard werken. Er is oog voor de leerling. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om leerlingen aangehaakt te houden. We zijn daarom dankbaar dat de inspectie in het achterliggende jaar bij de verificatiebezoeken naar aanleiding van het inspectiebezoek bij RefSVO een positieve indruk heeft gekregen van onze scholen. Daar zijn we trots op!