PrO niet passend? Samen op zoek naar een passende plek
De Geschillencommissie passend onderwijs deed onlangs een interessante uitspraak over de aanmelding van een leerling bij het praktijkonderwijs. De leerling was toelaatbaar tot het PrO, maar de PrO-school kwam tot de conclusie dat zij niet in de benodigde extra ondersteuning kon voorzien. De leerling werd vervolgens terugverwezen naar de basisschool en het samenwerkingsverband. Volgens de Commissie is dat niet de juiste route.
Wanneer een leerling toelaatbaar is tot het PrO en extra ondersteuning nodig heeft, rust na aanmelding de zorgplicht op de PrO-school. De school mag na zorgvuldig onderzoek tot de conclusie komen dat zij de benodigde ondersteuning niet zelf kan bieden. In dat geval houdt de school echter de mooie taak om, samen met ouders en het samenwerkingsverband, op zoek te gaan naar een andere passende onderwijsplek. Als het VSO passender blijkt, houdt de PrO-school dus de regie op dit vervolgtraject.
Belangrijk is daarbij het onderscheid met een leerling die niet toelaatbaar is tot het PrO. Als een leerling niet aan de voorwaarden voor toelating tot het praktijkonderwijs voldoet, geldt deze zorgplicht voor de PrO-school niet. Een PrO-advies van de basisschool betekent op zichzelf dus nog niet dat de leerling ook daadwerkelijk toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs.
De uitspraak onderstreept daarnaast het belang van een zorgvuldige en formele toelatingsprocedure. In deze zaak was de weigering per e-mail meegedeeld door een ondersteuningscoördinator. Dat was geen formeel besluit van het bevoegd gezag. Ook moet een school bij een voorgenomen weigering goed onderzoeken en onderbouwen waarom zij, ook met eventuele aanvullende ondersteuning of aanpassingen, niet in de ondersteuningsbehoefte kan voorzien.
De kern? Toelaatbaar tot PrO, maar toch niet de passende plek? Dan zoeken school, ouders en samenwerkingsverband samen verder naar een plek waar de leerling wél tot zijn recht kan komen.